wie is Dolly?

liederen

A-CDE-FG-HI-LM-RS-U


terug naar bovenAnnemarie

Een aantal jaren gelee
Op een feestje van de VVD
Vroeg ik Annemarie je ziet zo rood
Ben je niet langer partijgenoot?
Van de VVD?
Ach wel nee
Antwoordde ze malloot
Nooit van mijn leven word ik rood
Ik was gewoon in ademnood
En stokte bij de hoge A
In don’t cry for me Argentina!

Annemarie

Mijn ‘misstap’ om mee te doen aan een verkiezingsspotje van de VVD (zie H.I.V, Holland Is Vol) weerhield mij er niet van om in oktober 2001 op te treden tijdens een fundraisingdiner van de VVD in de Sint Olofskapel in Amsterdam. Waar ik Annemarie Jorritsma met dit gelegenheidsversje aankondigde.
Toen ik me korte tijd later zo heb ingezet voor de PvdA werd dat me natuurlijk door sommigen zeer kwalijk genomen. Woorden als politieke hoer en prostituée werden al snel in de mond genomen. Ik zag het probleem eerlijk gezegd niet. Ik zag het optreden voor de VVD destijds gewoon als een optreden dat de schoorsteen deed roken. Voelde me een soort politiek paard van Troje dat die avond ook de nodige partijkritiek heeft geuit.
Toch blijft het een heikele kwestie om je als cabaretière te binden aan een of andere partij. Wellicht kun je als Queen of the Dutch Desert beter boven alle partijen verheven zijn? Maar ja wat als de telefoon eventjes niet gaat?
Op de foto word ik geflankeerd door Frits Huffnagel, Annemarie Jorritsma en een volslanke Erica Terpstra.


terug naar bovenAnorexia Nervosa

Ooh wat hoorde ik het als kind vroeger graag
De liefde van de man gaat door de maag
Al vroeg speelde ik met potten en pannen
Ik wilde goed voorbereid zijn op de mannen
Ik zag mezelf al als prinses op de onbespoten erwt
Die langzamerhand door haar droomprins
Verpulverd werd tot snert
Snert… ja dat is toch wel het woord
Dat het beste bij mijn liefdesleven hoort
Want zie hoe ik hier alleen lig te dromen
Menig kookboek en standje
Van de oven dan
Heb ik doorgenomen

Oooooh wat hoorde ik het als kind vroeger graag
De liefde van de man gaat door de maag
Ooh was ik maar jouw frikadel
Eindelijk beging jij een crime passionel
Door je vlijmscherpe mes in mijn vlees te stoten
Nadat je mij met ketchup had bespoten
En het mooist? Het mooist van allemaal?
Je noemde me zelfs speciaal!

Terwijl ik me niet zou kunnen verweren
Zou je me tergend langzaam consumeren
Een hele dag droeg je mij met je mee
Totdat je mij zou doortrekken door de WC
Zou ik jaren later als bruin sneetje reïncarneren
Jij zou mijn lichaam met boter besmeren

Maar ach waarom zou ik mezelf nog langer kwellen?
Het is toch allemaal maar fantasie
La vie en rosa
De realiteit?
Jij hebt Anorexia Nervosa

Dit gedicht droeg ik voor het eerst voor, met de mierzoete muziek van Mantovani’s Greensleeves op de achtergrond, in Dolly’s Wonderland (Anthony Theater Amsterdam, november en december 1990).
In oktober 1999 liet ik het volgende fragment op ouwel drukken voor de Haarlemse manifestatie Tien op Tien:

ouweltekst

Tien kunstenaars waaronder Jasper Krabbé, Serge Onnen en Luuk Wilmering werden door organisator George Moormann (uitgeverij De Zingende Zaag) gevraagd op een locatie in Haarlem op Zaagse wijze verband te leggen tussen een locatie, het eigen werk en een favoriet gedicht of fragment hieruit. Als uitgangspunt nam ik de volgende regels uit George Moormann’s gedicht ‘Valt mijn oog’, uit de bundel ‘Om zeep’, De Zingende Zaag XXXIII:

Eiwitten als welkomstgeschenk,
Misschien voor de stoute jongens

Die hun rijkbelegde boterhammen
Weggooien voor ongezonde snacks

Bij aankoop van een frikadel kreeg het publiek mijn eetbare gedicht kado. Toen ik weken later de installatie in de Febo in Haarlem afbrak bleek wat voor een hart de eigenares van deze Febo voor haar zaak had. Het was ontroerend om te zien hoe, zij zeer subtiel, het voorvoegsel on-, in ongezonde snacks had afgeplakt. Dat was haar blijkbaar in het verkeerde keelgat geschoten. De volgende recensie en sfeerbeschrijving kon ze, wat wil je als je zo van je produkten houdt, ook niet echt waarderen:
"De Zingende Zaag eert de Febofrikadel" kopte Dirk-Jan Arensman in een kunstkritiek in het Parool. "De Febo aan de Grote Houtstraat ziet er op het eerste gezicht niet anders uit dan andere dagen. Men trekt kroketten en bamischijven uit de muur en aan een paar van de intens on-(afplakken!, DB)gezellige tafeltjes zetten eenzame zielen hun tanden in een grillburger.'
'Buiten schijnt de zon, maar hier is het gewoon weer een druilerige middag. Pas als je op een van de tafeltjes kijkt valt je iets, laten we zeggen, aparts op. Op de foto van een displaytje staat een dragqueen in een fleurige tutu tegen de deurtjes van de automatiek geleund. Ze stopt uitdagend een bruine fallus in haar mond, en onder haar rode pumps kunnen we lezen waar ze reclame voor maakt: ‘Bij aankoop van een frikadel een eetbaar gedicht kado!’ En inderdaad als je de smerigste aller snacks hebt gekocht, krijg je een fragment uit het poëem van Dolly Bellefleur. Eet smakelijk en welkom op Tien op Tien, een literaire wandeling, georganiseerd door De Zingende Zaag…"

Tijdens mijn optreden in het Institut Néerlandais in Parijs trakteerde ik als la plus belle planche au pain, kortom stokbrood, het toegestroomde publiek wederom op mijn vette knipoog naar de icoon van de Hollandse keuken:

Si j étais ta frikadelle
Tu m’assassinerais dans un crime passionel
Me frappant sauvagement
Avec ton grand couteau tranchant
Et après que tu m’avais arrosé
Avec de ketchup dans ma decolleté
Tu m’appelais ta specialité


terug naar bovenBedankt lieve pappie

bedankt pappie

Waar heeft m’n buisje gestaan?
Is het hier ver vandaan?
’k Wil het nog steeds weten na al die jaren
Was ’t in Parijs of in Rome?
Ik blijf er over dromen
Waarom kan niemand mij dat verklaren?
Was het op een tankstation?
Waar mijn leven begon?
Waar mijn moeder me heeft kunnen kopen?
Die business loopt als trein
Maar weet je wat fijn zou zijn?
Weer bij pappie, m’n pappie te zijn

Bedankt lieve pappie
Bedankt voor het leven
Bedankt lieve pappie
Dat jij je kwakkie hebt gegeven
Een kwakzalver was je niet
’t Is goed gelukt zoals je ziet
Maar wie ben jij toch?
Waarom weet ik dat niet?

Het doet me zoveel verdriet
Maar dat weet mammie niet
’t Is die vraag die me maar steeds blijft kwellen
Hielden jullie van elkaar?
Of kwam jij gewoon klaar?
Omdat mammie bij jou zaad bestelde?
Ik denk weer terug aan ’t station
Waar mijn leven begon
Waar jij me loosde zonder te vrijen
Verdiende jij daar veel mee?
Kocht jij van mij een TV?
Trok je me af van je WW?

Bedankt lieve pappie
Bedankt voor het leven
Bedankt lieve pappie
Dat jij je kwakkie hebt gegeven
Een kwakzalver was je niet
’t Is goed goed gelukt zoals je ziet
Maar wie ben jij toch?
Was jij ook een… travestiet?

Dit is het allereerste liedje dat ikzelf heb geschreven. Wat klinkt dat schattig toch? Het was te horen in Dolly Bellefleur’s Service Salon (Anthony Theater Amsterdam, 1990). Deze theatershow was een parodie op de in die tijd populaire prietpraatprogramma’s als Belfleur en Avro’s Service Salon.
Het was tevens een van de eerste keren dat ik mijn ouders op de hak nam. Ik herinner me nog goed toen ik in deze zelfde show even later openbaarde dat ik door mijn vader als kind was misbruikt als surfplank mijn moeder iemand naast haar aanstootte en zei: ‘dat is niet echt zo hoor!’.
In januari 2004 kopte Barbara Plugge in de Privé: ‘Diva Dolly Bellefleur: Ik heb zo’n trieste jeugd gehad, mijn moeder misbruikte mij als… strijkplank!’


terug naar bovenBenen

Ik ben van top tot teen
Enkel en alleen maar been
Benen, benen, benen
Ooh wat krijg ik kromme tenen
Ik sta ermee op
Ik ga ermee naar bed
Dol wat zijn je benen
Toch je van het!

Nou van mij mogen ze worden afgezet
Vermaal ze maar tot vleeskroket
Mijne Dames en Heren
Zo kan ik niet functioneren
Voel ik mij imperfect
Waarom ziet u mij toch enkel
Als lustobject?

benen

Die Marlene hatte beine aber meine!
Vanaf hun eerste stapjes in showbizzland werden mijn benen op handen gedragen. Theatercriticus Rob Malasch vergeleek in 1992 in het theatervakblad Toneel Theatraal mijn onderstel zelfs met de Twin Towers in New York. Dat had ie beter niet kunnen doen. Ze werden net als het Anthony Theater en het Rob van Reyn Theater met de grond gelijk gemaakt. Maar ja wat wil je? Overal waar ik kom breken ze toch de tent af?
Toch was ik, getuige bovenstaand gedichtje, niet altijd even verguld met deze lofuitingen aan het adres van mijn benen. Had ik naar mijn idee een geweldige show neergezet kwam er weer iemand naar me toe en zei alleen maar 'ooh ik heb zo genoten…wat een benen!'


terug naar bovenBilderdijk Ballade

Aan de voet van de Westertoren
Daar heeft zijn wieg gestaan
Hier werd Willem geboren
In het hart van de Jordaan 
Hij kon al heel jong praten
Sprak vloeiend Frans, Latijn
Las godsdienstige traktaten
Was geleerder dan Calvijn

Maar toen op zek're morgen
Hij was een jaar of vijf
Begonnen zijn levenszorgen
Het gekwakkel met zijn lijf
Een buurjongen die trapte
Al op zijn linkervoet
Hij voelde dat er iets knapte
Neen dit voelde echt niet goed? 

Met natbeschreide wangen
Lag hij met manke poot
Te smachten van verlangen 
In 't dorsten naar de dood
Hij dacht dikwijls verdikke 
Het leven is een straf
Dan hoorde je hem snikken
Ik reikhals naar 't graf

Hij wist niet waar hij 't moest zoeken
Gekluisterd aan zijn bed 
Dook hij maar in de boeken 
Las den Heere en Hamlet
Daar lag hij in zijn eentje
Ons Prinsje op de erwt
Zo werd hij een buitenbeentje
En ook vreeslijk introvert

Hij ging rechten studeren
In Leiden Sleutelstad
Begon daar te gloriëren
Met wat hij gerijmeld had
De invloed van de Dichtkunst
Al op ons Staatsbestuur
Was de titel van dit schrijven 
Hij werkte zich het apenzuur

Er volgden vele strofen
Driehonderdduizend wel
Gekweld door catastrofen
Bleef de taal zijn metgezel
Het gaat het verstand te boven 
Niets werd de man bespaard
Het is niet te geloven 
Hij was zo beklagenswaard

Wat moest hij veel trotseren 
Het Lot heeft hem getard
Wou God hem mores leren?
Het brak bijna zijn hart
Veel kinderen crepeerden
Ze vonden jong de dood
De Ziekte der Geleerden
Schreef hij kwijnend in de goot  

Zijn leven was één smartlap
Een ware martelgang
Maar onze Zwanenridder
Die zong zijn Zwanenzang
Hij kon het dichten niet laten
Zelfs het koken van een ei
Bracht hem in alle staten 
In dienst van de Poëzij! 

Hij leefde op brood en water 
Aardappels en azijn
Toch werkte iets veel probater
Tegen honger en tegen pijn
Hij slikte opiaten
Zo kreeg hij vaak de geest
Hij tripte in hoge mate
Als je zijn verzen leest

Hij had heel wat te duchten
Zijn leven leek een hel 
Hij moest zijn land ontvluchten
Zijn vrouw was niet passionel
Hij was al oud belegen  
En viel toen als een blok
Voor een meisje van amper negen-tien 
Zij hield van de oude bok 

In zijn verduisterd leven
Werd zij de zon en maan
Geen woord had hij geschreven
Als zij niet had bestaan
Was hij weer in extase 
Noteerde zij secuur
Zijn kreten en zijn frasen
Tot in het nacht'lijk uur 

Hij eindigde in de sloppen
Van Haarlem Spaarnestad
Hij hield er van te schoppen
Tegen alles wat hij liefhad
Daar lag hij op zijn sterfbed
En sprak: Oh Magere Hein 
Mijn leven lang lag ik te wachten
Kon U niet wat eerder zijn?


illustratie: Wilbert van der Steen

Zijn hele leven snakte dichter Willem Bilderdijk (1756-1831) naar de dood. Verder werd zijn leven gekenmerkt door ontzettend veel rampspoed. Kinderen stierven bij bosjes en hij werd gedwongen om in ballingschap te leven. Om maar enkele voorbeelden te noemen. Het bracht mij op het idee om de smartlap 'De Bruid des Doods', gezongen door de Zangeres Zonder Naam, te hertalen. Het werd speciaal geschreven t.g.v. de vierde Bilderdijklezing op 21 december 2012 in de Grote Kerk te Haarlem.


terug naar bovenBio Bak Man

Dolly: Ik zag hem op een Maandag bij de Biobak
S + R: De Biowat?
Dolly: De Biobak
Hij leek precies de Hulk in zijn groene pak
Z’n Bio Bak-Pak zat zo vreselijk strak
Ooh hij kreeg me in z’n macht
Met z’n ogen van smaragd
Keek ie mij zo glazig an
Samen: M’n Bio Bak-Man-Man
M’n Bio Bak-Man

D: M’n bioritme was vanaf die dag
Totaal verstoord
Totaal van slag
Want had ik vroeger lak aan de ozonlaag
Door hem werd milieu voor mij een levensvraag
Ooh ik deed geen oog meer dicht
Dacht slechts aan mijn burgerplicht
S: Eye-liner of nagellak
Deed ik niet meer in een vuilniszak

D: Mijn vriendinnen lachten vaak
Je zit gebakken schat
Met zo’n Bio-Bak-Man
Nou die kan er wat
Ik wou ze niet geloven
Maar voordat ik het wist
Had ie alweer naast het potje gepist
Ach ik maakte me niet druk
Scherven brengen toch geluk
S: Ik wist gewoon hij kiest voor mij
Voor z’n bio-dynamische legbatterij

D: Wat waren we gelukkig met zijn twee
Hij nam me zelfs mee naar de USA
Daar zouden we ons wijden aan ons toekomstplan
Het stichten van de groene Bio Bak Wan
….. telefoon gaat… een van de Pumps neemt op
… ritmische achtergrond gaat door. Dolly vraagt: wat zei ie aan het einde van jullie gesprek? Antwoord: ooh niks bijzonders. Hij vroeg alleen wanneer je je spullen komt halen
D: Zo was ik dus een Blauwe Maandag groen
Hij zal nog wat beleven. Ik geef hem van katoen
A bak a bak a jakkes
Mannen zijn zo achterbaks
Ik sla hem op z’n bakkes
Ik breek zijn poten straks
S: Ooh Mannen een pot nat
Ooh ik ga op oorlogspad
Breakie breakie breakie brak
En dan flikker ik hem in een biobak
Breakie breakie breakie brak
En dan flikker ik hem in een biobak

Mooi voorbeeld hoe je door tijdsdruk van iets negatief iets positiefs kan maken. Voor Dolly’s Wedergeboorte had ik deze tekst gemaakt op de melodie van Da doo doo run. Het wachten was alleen nog op de orkestband. Toen die er twee weken voor de eerste voorstelling nog niet was besloten we, Shirley Tepel, Rosa-Sluyt-Spier en ik, het a capella te zingen. Het werd één van de succesnummers van de show.

bio bak man

Simone Klingers maakte dit schilderij van Dolly en The Pumps zoals Shirley en Rosa als duo werden genoemd.


terug naar bovenBlauwkousen

Er was eens een blauwmannetje
Een kaaps viooltje
Dat verzuimde zijn biologielessen
Oftewel hij blauwde zijn schooltje
Het liefst vloog hij op de rug
Van zijn levensgezel
Zijn blauwpaardje
Kortom een libel
Ins blaue hinein
Naar de zee en het strand
En waren ze daar bijna beland

Dan zei zijn Blaue Engel steeds
De duinen blauwen reeds
Ze doemen op, we naderen de kust
Ooh liefje geef je over aan de rust
Dit wonderlijke verschijnsel der natuur
Laten we oplossen in het Blauwe Uur

En terwijl de zeebries haar blauwe billen
Zachtjes deed gorgelen en trillen
Als een bitterkoekjespudding
Droeg zij een gedichtje voor van Budding:

Het water van de zee is altijd zout
Hoe men de suikerpot ook mag hanteren
Geagiteerd over het strand marcheren
Terwijl de wind de brandingkoppen krauwt
Een borstbeeld hakken uit scheepstimmerhout
Des nachts, in droom met meerminnen verkeren
Tarbot fileren of neptuin vereren

Het water van de zee
Is altijd zout
Daar helpt geen moederlief
Geen vaderstout
Geen bokken dokken knokken of gekscheren
Geen brein van boterkoek
Geen hart van goud

Gelukkig behoor jij niet tot de blauwkousen
Tot die boterletters die doen alsof ze belezen zijn
Jij bent echt een beauty met een brein
Jij bent de enige beauty with brains
Daar is toch iedereen het over eens?

‘Eén van je sterkste kanten is het spelen met taal. Je toont aan hoe plastisch en elastisch de Nederlandse taal kan zijn.’ schrijft auteur Marjolein Rotsteeg over mijn persoontje in Cherchez la femme, travestie als fenomeen, in 1996 uitgegeven door Vassalucci. Ik vind het nog steeds een van de mooiste complimenten die ik ooit heb gekregen. Bij alles wat ik doe is taal namelijk het uitgangspunt.
Wat was het dan ook een prachtige speling van het lot dat ik in 1994 kennismaakte met uitgever en dichter George Moormann. Naast bodylanguage is de liefde voor de Nederlandse taal voor onze relatie een belangrijk bindmiddel. Vanaf 1994 heeft hij mij regelmatig gevraagd om bijeenkomsten van zijn veel geroemde tijdschrift De Zingende Zaag te presenteren.
Trouw nooit met een dichter mijn dochter? Okay ik geef toe ik heb wel eens aan deze dichtregels van Annie MG Schmidt gedacht. Bijvoorbeeld toen ik van George voor de manifestatie Winterschrift in Groningen (1994) voor de soap Dolly in Dichtersland, in drie dagen tijd!, een tiental pagina’s van Rilke uit mijn hoofd moest leren. Of bij de presentatie van De Gelukkige Schrijn (De Zingende Zaag XXIII) in het Rietveldpaviljoen. Ongeveer een uur lag ik als ware ik Doornroosje opgebaard op een tafel in het glazen Rietveldpaviljoen. In een omgeving die blauw stond van de wierook voelde ik me steeds meer in hogere sferen geraken. Toen ik dan uiteindelijk, zoals de bedoeling was, werd wakker gekust door mijn droomprins George was ik zo blij dat ik mijn rol totaal vergat. Tot verbijstering van George maar vooral ook van een aantal chique dames uit Amstelveen begon ik hem hevig te tongzoenen. Hij had uiteindelijk meer make-up op zijn gezicht dan ik!

Inmiddels vele jaren en presentaties van De Zingende Zaag verder kan ik zeggen: trouw ooit met een dichter mijn dochter. Ik heb me daardoor namelijk kunnen ontwikkelen tot een beauty with brains. Met een knipoog natuurlijk. Getuige bovenstaande ode aan de Blauwkous. Hetgeen volgens de van Dale betekent: een vrouw die geleerd is of daarvoor door wil gaan en een zekere minachting voor huishoudelijke zaken toont. Helemaal mee eens, alhoewel? (Zie Soplied).


terug naar bovenChip knip knip

Chip knip knip
Laat je knippen door de kapper
Zonder centen in je knip
Chip knip knip
Knipper even met je ogen
En je hebt zo weer een snip
Chip knip knip
Heus het doet geen centje pijn
Knip een kaartje voor de trein
En je voelt je weer de oude
Je voelt je lekker als een kip
Ooh chip knip knip

Chip knip knip
Als je zin hebt in wat lekkers
Maar geen geld hebt in je knip
Chip knip knip
Knip dan even met je vingers
En je krijgt het in een wip
Chip knip knip
’t Is een fluitje van een cent
Als je ’t kneepje eenmaal kent
Ooh dan ben je niet te houden
Want dan denk je elk tijdstip
Ooh chip knip knip

Chip knip knip
Zelfs de Chippendales die strippen
Als je met je chip knip knipt
Chip knip knip
Of je gul bent of heel gierig
Houd je handen op je knip
Chip knip knip
Doet elke vlotte vrouw en vent
Maar als je vierentachtig bent
En je niks meer kan onthouden
Ooh dan denk je vaak verhip
Was ’t nou chip, knip eh.. chip?

Met name de regel ‘als je met je chip knip knipt’ bleek een echte tongbreker te zijn toen ik dit lied eind december 2001 zong in de BodyTalk in Utrecht. In een eenmalige show getiteld Ding Flof Tips bereidde ik het publiek voor op de invoering van de euro in 2002. Een greep uit de vele onderwerpen die die avond besproken werden in Dolly’s Euro-Journaal:

Geldslurf

En toen kwam er een olifant met een hele grote snuit en die blies het Euro-sprookje uit? Wie weet maar hij heet in ieder geval niet Jonas. Deze zestienjarige olifant blijkt nog niet klaar te zijn voor de euro. Jonas is een attractie in de dierentuin van Lissabon omdat hij met zijn slurf aan een bel trekt als hij een muntje krijgt. De Afrikaanse olifant is getraind op zilveren muntjes van minimaal twintig escudo. Voor minder belt hij niet. Als Portugal op 1 januari overgaat op de euro moet Jonas al het geleerde vergeten. Een vergelijkbare munt van tien eurocent is namelijk brons van kleur.

Geld stinkt niet?

Anaalfabeten opgelet. Wist je dat de uitdrukking 'het kan me geen hol schelen' niets te maken heeft met je achterste? ‘Hol’ is een afkorting van Holland, een zilveren florijn die tussen 1693 en 1847 werd gebruikt.
Weet je hoe ik als jong meisje de Amerikaanse munt noemde? Dol-aars.

Klebtomaan

In 1998 deed het reclamebureau van de RABO-bank een poging om de euro ook bargoense bijnamen te geven. Een paar voorbeelden: een partje (twintig eurocent), een halfje (vijftig eurocent), een raam (twintig euro), een tempel (vijftig euro) en een flat (vijfhonderd euro). Vooral van die laatste drie benamingen kan ik geen chocola maken. Zouden het verwijzingen zijn naar het spreekwoord. Heb je geld dan kun je huizen bouwen? Heb je ’t niet dan moet je stenen sjouwen?
Ook staatssecretaris van Financiën Wouter Bos deed een duit (een muntnaam die vroeg in de vijftiende eeuw voor het eerst is opgetekend) in het zakje: twee handjes zijn voortaan goed voor een deuppie. Volg je het nog? Een handje is een eurostuiver. En wel omdat er vijf centen ingaan, evenveel als vingers aan een hand. Mits je niet met vuurwerk(vuurtorens?) hebt gestunt. Twee eurostuivers is een dubbeltje oftewel een deuppie. Schoon in het handje?
Erg consistent is de nieuwe verzameling bijnamen niet. Is de waarde van de eurostuiver nog afgeleid van de vingers aan een hand, bij de eurocent(fluitje) stuurt Wouter ons het bos in en grijpt plotseling terug naar een spreekwoord: een fluitje van een cent.
De meest vergezochte afkorting is de Kleb. Dit staat voor het kl(einste) e(uro)b(iljet). Je hoeft dus niet vreemd op te kijken als je binnenkort leest over een toenemend aantal kleBtomanen. Dat zijn kruimeldieven die het vooral gemunt hebben op de kleinste eurobiljetten.

Snipknip

Met de introductie van de euro wordt voor de zoveelste keer geprobeerd de CHIP KNIP nieuw leven in te blazen. Of we en masse gaan chipknippen is maar de vraag.
Wat zeker is dat we massaal gaan SNIP KNIPPEN. Alle briefjes van honderd zullen worden verSNIPperd. En dat niet alleen. Met de invoering van de euro worden maar liefst 380 miljoen bankbiljetten met een gezamenlijke waarde van 40 miljard gulden waardeloos en daarom versnipperd.

terug naar boven

meer liedteksten >

 

Dolly Daily media en meer contact